ECLI:NL:CRVB:2005:AT5820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- G.J.H. van Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheidspatroon
Appellant heeft zijn werkzaamheden gestaakt vanwege hartklachten en surmenage en vroeg een WAO-uitkering aan. Na aanvankelijke weigering werd hem met ingang van 24 november 1999 een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
Appellant stelde in hoger beroep dat het belastbaarheidspatroon niet de juiste beperkingen weerspiegelde, mede op basis van een rapportage van het Instituut Psychosofia. De Raad oordeelde echter dat de bezwaarverzekeringsarts het belastbaarheidspatroon zorgvuldig had aangescherpt en gehandhaafd, rekening houdend met medische gegevens van huisarts en cardioloog.
Er werden geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die twijfel konden zaaien over het belastbaarheidspatroon. Ook werd vastgesteld dat de geselecteerde functies geschikt waren, zelfs indien er aanvullende beperkingen waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WAO-uitkering bevestigd.