ECLI:NL:CRVB:2005:AT5893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na deugdelijk onderzoek
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was en de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. Na eerdere vernietigingen en hernieuwde besluiten werd het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond verklaard door de rechtbank Arnhem.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij medisch meer beperkt was dan vastgesteld en dat psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Hij verwees naar een psychiater die sprak van een neurastheen beeld en betoogde dat het belastbaarheidspatroon onvolledig was omdat beperkingen bij werken onder tijdsdruk en dwingend werktempo niet waren opgenomen. Ook betwistte hij de geschiktheid van de functie chauffeur betonmixer vanwege het milieu.
De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was uitgevoerd, waarbij het belastbaarheidspatroon adequaat rekening hield met de medische situatie. Psychische beperkingen werden niet aannemelijk geacht. De functie chauffeur betonmixer werd als geschikt beoordeeld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na een deugdelijk medisch en arbeidskundig onderzoek.