ECLI:NL:CRVB:2005:AT5994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot inschakeling in arbeid geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Appellant ontvangt sinds 1991 onafgebroken bijstand. Na een onderbreking werd de uitkering per 25 januari 2002 hervat door het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Bij besluit van 18 maart 2002 werd de uitkering tijdelijk verlaagd wegens het niet reageren op uitnodigingen voor een gesprek over reïntegratie. Tevens werd appellant gewezen op de arbeidsinschakelingsverplichtingen uit artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellant maakte bezwaar tegen zowel de maatregel als de verplichtingen. Het bezwaar tegen de maatregel werd gedeeltelijk gegrond verklaard, maar de verplichtingen werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen handhaving van de verplichtingen ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de mededeling over de verplichtingen geen besluit was en het bezwaar daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Raad oordeelt ambtshalve dat de mededeling over de arbeidsinschakelingsverplichtingen geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar een herinnering aan reeds bestaande verplichtingen die van rechtswege aan de bijstand zijn verbonden. Hierdoor was het bezwaar tegen deze verplichtingen niet gericht tegen een besluit en dus niet-ontvankelijk. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De Raad verklaart het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2002 in zoverre niet-ontvankelijk en bepaalt dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de arbeidsinschakelingsverplichtingen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de mededeling geen besluit is.