ECLI:NL:CRVB:2005:AT6121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van pensioeninhouding op WW-uitkering bij overbruggingspensioen
Appellant was tot oktober 1995 in dienst bij Dow Chemical Benelux en ontving daarna een overbruggingspensioen van de Stichting Dow Pensioenfonds. Van juni 1996 tot juni 2000 werkte hij bij ACS Computer Support BV. Na beëindiging van deze werkzaamheden vroeg appellant een WW-uitkering aan, die hem werd toegekend met inhouding van het pensioenbedrag.
De rechtbank Dordrecht oordeelde dat het pensioen een uit dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering is en dat de inhouding op grond van artikel 34 WW Pro terecht was, omdat niet was voldaan aan de cumulatievoorwaarde van artikel 34, zevende lid, WW. Appellant stelde in hoger beroep dat het pensioen naast het dienstverband bij ACS werd ontvangen, waardoor inhouding niet gerechtvaardigd zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de tekst van artikel 34, zevende lid, WW duidelijk is en geen ruimte laat voor de door appellant voorgestane uitleg. Omdat niet voldaan is aan de voorwaarde dat de dienstbetrekkingen naast elkaar werden vervuld, is inhouding op de WW-uitkering terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inhouding van het pensioen op de WW-uitkering bevestigd.