ECLI:NL:CRVB:2005:AT6259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoud kinderen
Appellant werd de kinderbijslag ontzegd over meerdere kwartalen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden. Dit was gebaseerd op het gebruik van valse internationale postwissels (IPW's) als bewijs van onderhoudsbetalingen.
Uit onderzoek door gedaagde en de ING/Postbank bleek dat ten minste zes van de door appellant ingediende IPW's vervalst waren en niet tot betaling hadden geleid. Appellant had toegegeven vijf valse postwissels te hebben gebruikt, maar betwistte dat het er tien waren. De Raad oordeelde dat de intrekking van kinderbijslag over het vierde kwartaal 1998 en het tweede en derde kwartaal 2000 terecht was.
Voor het eerste en tweede kwartaal van 1998 kon echter niet worden vastgesteld dat de IPW's onjuist waren, omdat betrouwbare controles pas vanaf medio 1998 mogelijk waren. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor deze kwartalen en bepaalde dat gedaagde een nieuwe beslissing moest nemen.
De Raad veroordeelde gedaagde tevens in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door mr. M.M. van der Kade, voorzitter, en mr. T.L. de Vries en mr. H.J. Simon, leden, op 20 mei 2005.
Uitkomst: De intrekking van kinderbijslag over het eerste en tweede kwartaal 1998 wordt vernietigd, voor de overige kwartalen wordt de intrekking bevestigd.