ECLI:NL:CRVB:2005:AT6267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van gedifferentieerde premie WAO voor grote werkgever onder Pemba-regeling
Appellante stelde beroep in tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO over 2002, gebaseerd op een aan een ex-werknemer toegekende WAO-uitkering. De Raad oordeelde dat bezwaren tegen de hoogte van de WAO-uitkering niet in deze premieprocedure kunnen worden ingebracht, maar slechts in een procedure tegen het toekenningsbesluit zelf.
De Raad benadrukte dat de reïntegratie-inspanningen van het UWV zich richten op het benutten van restcapaciteit en niet bepalend zijn voor de vaststelling van arbeidsongeschiktheid. Appellante had geen verzoek gedaan tot tussentijdse keuring en maakte geen aannemelijk dat het UWV tekort was geschoten.
De Pemba-regeling, die de gedifferentieerde premie introduceert, heeft als doel werkgevers te stimuleren tot preventie en reïntegratie. De regeling is een legitiem instrument van algemeen belang en vormt geen individuele en buitensporige last in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Raad verwierp ook het beroep op het willekeurverbod en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Roermond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie en verklaart het beroep ongegrond.