ECLI:NL:CRVB:2005:AT6282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bij niet-tijdige griffierechtbetaling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De zaak betreft de weigering van een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellante tijdig een poging heeft gedaan het griffierecht te voldoen door een brief met bewijs van verzending op 7 oktober 2002 aan de rechtbank te sturen, die op 10 oktober 2002 is ontvangen. Kennelijk is deze brief bij de rechtbank zoekgeraakt, waardoor de betaling niet kon worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de rechtbank appellante alsnog in de gelegenheid had moeten stellen het griffierecht te betalen nadat zij op de situatie was gewezen. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.
Proceskosten in hoger beroep worden niet toegewezen omdat geen kosten zijn gevorderd en er geen aanwijzingen zijn voor ambtshalve vergoeding.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.