ECLI:NL:CRVB:2005:AT6299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid en redelijke termijn bij WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als verkoopster, viel uit met diverse fysieke en psychische klachten en werd door het UWV beoordeeld op haar arbeidsongeschiktheid. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waardoor zij geen recht had op een WAO-uitkering.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat, het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat de procedure onredelijk lang duurde. De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was, ook al had appellante geen nieuw medisch bewijs aangeleverd en was zij kort daarvoor lichamelijk onderzocht. De psychische belastbaarheid was gebaseerd op ingewonnen informatie bij behandelaars, zonder tegenbewijs van appellante.
De Raad oordeelde dat er geen reden was een deskundige te benoemen en dat de arbeidskundige beoordeling standhield. Ook werd geoordeeld dat de procedure binnen een redelijke termijn was afgerond, zonder onnodige vertraging. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.