ECLI:NL:CRVB:2005:AT6418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastinginhouding bovenmatige reiskostenvergoeding bedrijfsauto
Gedaagde, werkzaam bij de Bouwdienst Rijkswaterstaat, maakte gebruik van een bedrijfsauto met privé-gebruik en betaalde hierover inkomstenbelasting. Na een besluit van de Secretaris-Generaal van VWS werd de belastinginhouding over de bovenmatige reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt. Gedaagde vorderde vergoeding van het netto-bedrag aan inkomstenbelasting dat hij had betaald, stellende dat hij anders voor privégebruik van een eigen auto had gekozen en daardoor financieel nadeel had geleden.
De rechtbank Breda oordeelde dat het niet onaannemelijk was dat gedaagde nadeel had geleden en vernietigde het besluit van appellant, met de opdracht tot heroverweging. In hoger beroep stelde appellant dat gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij financieel nadeel had geleden, omdat geen vergelijking was gemaakt met de kosten bij gebruik van een privé-auto.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gedaagde niet had aangetoond dat hij in een nadeliger positie was gekomen dan wanneer hij destijds voor privégebruik van een eigen auto had gekozen. De door gedaagde overgelegde berekeningen betroffen alleen de betaalde belasting en misten een vergelijking met de alternatieve vervoerskosten. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van gedaagde alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende financieel nadeel is aangetoond.