ECLI:NL:CRVB:2005:AT6474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet opgegeven inkomsten
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering over de periode van 1 maart 1998 tot 1 september 2000. Uit onderzoek bleek dat appellante inkomsten uit arbeid had ontvangen die niet volledig waren opgegeven. Het College van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft daarop het recht op uitkering herzien en de teveel betaalde bijstand teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. In hoger beroep stond centraal of het College terecht geen vrijlating van inkomsten toepaste over de periode van 1 maart 1999 tot en met 31 december 1999, mede gezien de sociale en medische omstandigheden zoals bedoeld in de Verordening van de gemeente Zaanstad.
De Raad oordeelde dat appellanten de informatieplicht hadden geschonden door de inkomsten niet te melden, waardoor het College niet tijdig onderzoek kon doen naar eventuele medische of sociale beperkingen. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij in 1999 voldeden aan de voorwaarden voor vrijlating van inkomsten. Er was geen medische verklaring of andere aanwijzing voor sociale beperkingen. Daarom was het College terecht uitgegaan van volledige inachtneming van de inkomsten bij de herziening en terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering terecht zijn toegepast wegens niet opgegeven inkomsten.