ECLI:NL:CRVB:2005:AT6649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na fraudeonderzoek
Appellant, werkzaam als IT-operator, werd op staande voet ontslagen wegens vermeende fraude met in- en uitklokken zonder fysieke aanwezigheid. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst, waarna appellant een WW-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde de uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat appellant wist of had moeten weten dat ontslag zou volgen. In eerste aanleg werd dit standpunt bevestigd.
In hoger beroep betwist appellant dat hij verwijtbaar werkloos is geworden, omdat het voor hem niet voorzienbaar was dat het niet melden van fraude door collega’s het vertrouwen in hem zou schaden. De Raad constateert dat het UWV zich bij zijn besluitvorming uitsluitend baseerde op stukken van de werkgever, zonder de gemotiveerde tegenverklaringen van appellant te betrekken of de werkgever hiermee te confronteren.
De Raad oordeelt dat dit niet aanvaardbaar is en dat het UWV een deugdelijk en zorgvuldig onderzoek had moeten verrichten, zeker gezien de tegenstrijdige verklaringen. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.