ECLI:NL:CRVB:2005:AT6663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen tijdens reïntegratietraject
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een gedaagde die een WW-uitkering ontving. De gedaagde had in de periode van 22 oktober tot en met 18 november 2001 geen sollicitaties verricht, omdat hij wachtte op een reïntegratieplan. Het Uwv legde daarom een korting van 20% op de uitkering op wegens onvoldoende inspanningen om passende arbeid te verkrijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de gedaagde gegrond en vernietigde het besluit tot korting, omdat niet was aangetoond dat de sollicitatieplicht naast het integratietraject onverkort bleef gelden en er onvoldoende rekening was gehouden met medische beperkingen. Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de sollicitatieplicht in beginsel geldt, maar dat in dit geval de communicatie van het Uwv onvoldoende duidelijkheid bood over de verplichting om naast het reïntegratietraject zelfstandig te solliciteren. Hierdoor kan het niet zelfstandig solliciteren niet volledig aan de gedaagde worden toegerekend. De Raad vernietigt het bestreden besluit en bevestigt dat de gedraging van de gedaagde hem slechts in verminderde mate kan worden verweten.
De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van de gedaagde in hoger beroep. De zaak wordt terugverwezen zodat het Uwv opnieuw kan beslissen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot korting van de WW-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet opnieuw beslissen.