ECLI:NL:CRVB:2005:AT6685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken informatie over woningwaarde
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Tijdens een heronderzoek werd vastgesteld dat appellant niet alle gevraagde bewijsstukken, met name over de waarde van een woning in Marokko, tijdig had ingeleverd. Hierdoor werd het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
Appellant maakte geen bezwaar tegen het opschortingsbesluit en verstrekte de gevraagde informatie pas na de hersteltermijn, waardoor deze niet in aanmerking kon worden genomen. De Raad oordeelde dat de intrekking van de uitkering terecht was en dat de boete terecht was opgelegd, aangezien de gedraging van appellant leidde tot het ten onrechte verlenen van bijstand.
De Raad overwoog verder dat de boete als straf in de zin van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten moet worden gezien. Hoewel de Abw inmiddels was vervangen door de WWB, die een andere sanctieregeling kent, was de opgelegde boete niet zwaarder dan de onder de WWB geldende sanctie. Er waren geen dringende redenen om de boete te matigen of af te zien van terugvordering van de bijstand.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de opgelegde boete worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.