ECLI:NL:CRVB:2005:AT6696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde bijstandsuitkering wegens nabetaling USZO
Appellante ontving over de periode 1 januari 1996 tot 1 november 1997 een bijstandsuitkering. Na een nabetaling van een USZO-uitkering op 23 oktober 1998, vorderde de gemeente ’s-Gravenhage ten onrechte een te hoog bedrag aan bijstand terug. De Raad stelt vast dat de bestuursrechter bevoegd is om over de terugvordering te oordelen.
De Raad oordeelt dat de berekening van het terug te vorderen bedrag onjuist was omdat de USZO-uitkering eerst onterecht werd gebruteerd en vervolgens verrekend met de netto bijstand. Tevens is niet onderkend dat twee verschillende rechtsregimes golden in de periode van terugvordering. De hoogte van het terug te vorderen bedrag moet per maand worden vastgesteld door de netto USZO-uitkering te verrekenen met de ontvangen bijstand.
Verder wordt het beroep op schending van de redelijke termijn verworpen omdat er geen nadeel is vastgesteld en de terugvordering binnen de verjaringstermijn van vijf jaar plaatsvond. De Raad vernietigt het besluit van 2 augustus 2002 en beveelt een nieuw besluit tot terugvordering, met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met een correcte berekening.