ECLI:NL:CRVB:2005:AT6705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding schuld leenbijstand en krediethypotheek
Appellante verzocht op 7 oktober 2001 om kwijtschelding van haar schuld op grond van artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw), waarbij zij aangaf sinds december 1998 maandelijks af te lossen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek op 22 februari 2002 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 7 mei 2002. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding zoals gesteld in artikel 78c Abw. De Raad oordeelt dat geen terugvordering heeft plaatsgevonden van de leenbijstandsvorderingen en dat de vordering gedekt door een hypotheek niet voor kwijtschelding in aanmerking komt. Een vordering die inmiddels is kwijtgescholden wordt buiten beschouwing gelaten.
De Raad concludeert dat het college niet bevoegd was om af te zien van terugvordering en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding wordt bevestigd.