ECLI:NL:CRVB:2005:AT6710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang na intrekking bestreden besluit
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), dat de plaats heeft ingenomen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV). Het hoger beroep richtte zich op een besluit van 7 juli 1999.
Tijdens de procedure heeft het UWV medegedeeld het bestreden besluit niet langer te handhaven, waardoor appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel eerste aanleg als hoger beroep, begroot op in totaal €1.288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €111,-. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting op 8 april 2005.
De uitspraak is gedaan door mr. M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier mr. M.F. van Moorst, en uitgesproken op 20 mei 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd en appellant geen belang meer heeft.