ECLI:NL:CRVB:2005:AT6723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar zonder ziektegrond
Appellant was sinds november 1980 werkzaam als hoofd van een afdeling binnen de gemeente. In april 1996 bleek uit een beoordeling dat zijn functioneren als leidinggevende onvoldoende was. Na een Quick Scan en een time-out traject werd hij in 1997 ontheven uit zijn functie en herplaatst in een andere functie, waarbij hij projectmatige werkzaamheden verrichtte.
In januari 1998 begon appellant als beleidsmedewerker Recreatie en Toerisme, maar ook daar bleek zijn functioneren onvoldoende. Er volgden een geschiktheidsonderzoek, sollicitatietraining en een outplacementtraject. Uiteindelijk verleende de gemeente hem eervol ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte, met toepassing van artikel 8:6 CAR Pro/UWO.
Appellant betwistte dat hij uit de functie van hoofd was ontslagen en voerde aan dat hij geen functieomschrijving of begeleiding kreeg in zijn latere werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat het ontslag gegrond was, ongeacht of het ontslag uit de functie van hoofd of beleidsmedewerker werd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De ongeschiktheid voor de functie van hoofd stond vast omdat appellant tegen het besluit van ontheffing geen bezwaar had gemaakt. De gemeente had zich voldoende ingespannen om een passende functie te vinden, maar herplaatsing was niet gelukt. Daarom was het eervol ontslag terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.