ECLI:NL:CRVB:2005:AT6755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en ziekengelduitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, een productiemedewerkster die uitviel met psychische klachten, werd door het UWV beoordeeld op haar belastbaarheid. De arbeidsdeskundige stelde een gering verlies aan verdiencapaciteit vast, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken. Psychiater Corstens concludeerde dat appellante volledig belastbaar was voor loonvormende arbeid, met enkele beperkingen vanwege een persoonlijkheidsstoornis.
De bezwaarverzekeringsarts onderschreef deze bevindingen en verwerkte ze in het belastbaarheidspatroon. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had, onder meer op basis van een huisartsbrief en een rapportage over een reïntegratieproject, maar deze werden door de Raad onvoldoende onderbouwd bevonden.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij op de relevante data meer beperkt was dan vastgesteld. Ook de onafhankelijkheid van de psychiater werd niet in twijfel getrokken. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WAO- en ziekengelduitkeringen wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.