ECLI:NL:CRVB:2005:AT6800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling psychische beperkingen
Appellant, geboren in 1953, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten die hem arbeidsongeschikt maakten voor zijn oorspronkelijke functie als agrarisch medewerker. Na een herbeoordeling in 2001 en 2002 door verzekeringsartsen en een arbeidskundige werd geconcludeerd dat appellant geen psychiatrische stoornis in engere zin meer had, maar een aanpassingstoornis met depressieve kenmerken. Hierdoor werd hij geschikt geacht voor lichtere functies met beperkingen.
De uitkering werd op basis hiervan per 29 april 2002 ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij meer beperkingen had dan aangenomen en de geselecteerde functies niet kon uitvoeren. Na aanvullende rapporten en een hoorzitting werd het bezwaar ongegrond verklaard. Appellant ging in hoger beroep maar kon de Raad niet overtuigen van zijn beperkingen.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en goed gemotiveerd waren. De psychische klachten waren niet zodanig dat appellant ongeschikt was voor de geselecteerde functies. De intrekking van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 25 mei 2005.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies ondanks psychische beperkingen.