ECLI:NL:CRVB:2005:AT6806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag gerechtssecretaris na onvoldoende samenwerking en functioneren
Appellant werd in april 2003 tijdelijk aangesteld als gerechtssecretaris bij de rechtbank Amsterdam. Kort na aanvang ontstonden problemen in de samenwerking met collega’s, waarbij appellant zich regelmatig ziek meldde. Op 6 juni 2003 werd hij ontslagen wegens gebrek aan vertrouwen in zijn functioneren, zonder hem vooraf voldoende gelegenheid te geven zijn zienswijze te geven, wat later door de voorzieningenrechter werd vastgesteld als een schending van de hoorplicht.
Na schorsing van het ontslagbesluit werd appellant per 11 augustus 2003 overgeplaatst naar het team Jeugd, waar direct opnieuw conflicten ontstonden, waarna appellant zich ziek meldde en niet meer werkte. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit tegen het ontslag, maar liet de rechtsgevolgen van het ontslag in stand vanwege gegronde klachten over zijn werkhouding en de onmogelijkheid tot samenwerking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat een herkansing niet noodzakelijk was omdat het dienstverband slechts voortvloeide uit een voorlopige schorsing. De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het ontslag van appellant als gerechtssecretaris wordt bevestigd ondanks procedurele tekortkomingen.