ECLI:NL:CRVB:2005:AT6815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks eczeem en nekklachten
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, werd vanaf januari 1999 geconfronteerd met nek- en buikklachten en eczeem. Na medisch onderzoek en arbeidskundig onderzoek weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op 17 januari 2000 een WAO-uitkering toe te kennen vanwege minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellante voerde bezwaar aan met medische verklaringen van haar huisarts, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de belastbaarheid niet was overschat. Een verzoek om herziening werd afgewezen omdat de nieuwe medische informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden opleverde die tot herziening konden leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat er wel degelijk sprake was van veranderde omstandigheden, ondersteund door aanvullende medische verklaringen. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen geen betrekking hadden op de datum in geding en dat nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van de Awb ontbraken.
De Raad benadrukte dat medische verklaringen die na de datum in geding zijn verkregen, niet in hoger beroep kunnen worden ingebracht, maar alleen bij een nieuw verzoek om herziening. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende nieuwe feiten of omstandigheden.