ECLI:NL:CRVB:2005:AT6817

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/5925 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:42 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van volledige arbeidsongeschiktheid bij vijfdejaars herbeoordeling WAO

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn arbeidsongeschiktheid ongewijzigd op 80 tot 100% te stellen na een vijfdejaars herbeoordeling. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd.

De Raad baseerde zich op medische rapporten waaruit blijkt dat appellant vanwege zijn geestelijke gezondheidstoestand niet duurzaam belastbaar is voor inkomensvormende werkzaamheden. Appellant bracht geen medisch onderbouwde gegevens aan die dit oordeel konden weerleggen. Verder oordeelde de Raad dat het niet bevoegd is om wijzigingen aan te brengen in de tekst van de gedingstukken die door gedaagde zijn ingediend.

De Raad zag geen gronden voor vernietiging van het bestreden besluit en vond ook geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant volledig arbeidsongeschikt blijft met een mate van 80 tot 100%.

Uitspraak

03/5925 WAO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij brief van 23 december 2002 heeft gedaagde appellant in kennis gesteld van het besluit de eerder aan appellant toegekende uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ongewijzigd voort te zetten, omdat gedaagde op grond van het ingestelde onderzoek in het kader van de zogeheten vijfdejaars herbeoordeling heeft aangenomen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant onverminderd op 80 tot 100% gesteld diende te worden.
Het bezwaar dat appellant tegen dat besluit heeft gemaakt, heeft gedaagde bij het bestreden besluit van 27 maart 2003 ongegrond verklaard.
De rechtbank Almelo heeft bij uitspraak van 10 november 2003, nr. 03/289 WAO, het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Op de in het beroepschrift vermelde gronden heeft appellant tegen bovengenoemde uitspraak hoger beroep ingesteld.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft zich vervolgens nog een aantal malen schriftelijk tot de Raad gewend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 april 2005, waar appellant niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door L.A.P. ter Laak, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. MOTIVERING
In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of gedaagde bij het bestreden besluit terecht heeft aangenomen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant ongewijzigd 80 tot 100% bedraagt.
De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord op grond van de in de aangevallen uitspraak opgenomen overwegingen, waarbij de in die uitspraak genoemde medische rapporten in aanmerking genomen zijn.
In weerwil van hetgeen van de kant van appellant in hoger beroep is aangevoerd, heeft de Raad onvoldoende gronden gezien om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen.
Dienaangaande overweegt de Raad het volgende.
Uit de zich onder de gedingstukken bevindende medische rapporten komt naar voren dat appellant, gelet op zijn geestelijke gezondheidstoestand, niet duurzaam belastbaar is met inkomensvormende werkzaamheden. De Raad ziet geen aanleiding de juistheid van dit medisch oordeel in twijfel te trekken; ook door appellant zijn geen van medische zijde onderbouwde gegevens in het geding gebracht die de inhoud van de hiervoor bedoelde medische rapporten weerspreken.
Naar aanleiding van hetgeen appellant ter zake in diverse brieven heeft gesteld, merkt de Raad op dat het niet tot de bevoegdheid van de Raad behoort wijziging te brengen in de tekst en de formulering van de gedingstukken die gedaagde ingevolge artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aan de rechter heeft gezonden. Ook hetgeen appellant overigens in de gedingstukken naar voren heeft gebracht, kan naar het oordeel van de Raad niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit.
De Raad acht ten slotte in het onderhavige geval geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uit vorenstaande vloeit voort dat dient te worden beslist als volgt.
III BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H. van Leeuwen als voorzitter en mr. M.M. van der Kade en mr. H.J. Simon als leden in tegenwoordigheid van C.D.A. Bos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2005.
(get.) H. van Leeuwen.
(get.) C.D.A. Bos.