ECLI:NL:CRVB:2005:AT7178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens causaliteit psychische klachten bedrijfsongeval
Appellant, werkzaam als asbestverwijderaar, raakte arbeidsongeschikt na een val van een steiger in juni 1996, met schouderklachten en later psychische klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat niet voldaan zou zijn aan de causaliteitseis van artikel 43a WAO (wet Amber).
Na diverse medische onderzoeken, waaronder neuropsychologisch en psychiatrisch advies, concludeerde een deskundige dat er wel degelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de psychische klachten en het bedrijfsongeval. De bezwaarverzekeringsarts betoogde dat het ongeval slechts één van meerdere negatieve levensgebeurtenissen was, maar de Raad volgde de deskundige.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Maastricht, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, tezamen € 1288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV dat een WAO-uitkering weigerde wegens onvoldoende causaal verband tussen psychische klachten en bedrijfsongeval wordt vernietigd.