ECLI:NL:CRVB:2005:AT7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit gemeente Rotterdam over toeslag bijstand vanaf 2 maart 1999
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van een betrokkene tegen het besluit van de gemeente Rotterdam om een toeslag van 10% op de bijstandsnorm niet eerder dan met ingang van 2 maart 1999 toe te kennen. De betrokkene ontving sinds 1970 een bijstandsuitkering als alleenstaande en woonde bij haar moeder. De gemeente had op grond van de toen geldende Verordening geen toeslag toegekend aan alleenstaanden die bij hun ouders inwonen.
Na een eerdere uitspraak van de Raad op 2 maart 1999 werd de Verordening op 8 juli 1999 gewijzigd, waardoor alleenstaande meerderjarige kinderen die bij hun ouders wonen recht kregen op een toeslag van 10% met terugwerkende kracht tot 2 maart 1999. De gemeente corrigeerde ambtshalve de toeslagverlening vanaf die datum. De betrokkene was het hier niet mee eens en stelde dat de toeslag eerder had moeten ingaan.
De Raad oordeelt dat de gemeente de wijziging van de Verordening correct heeft toegepast en dat het toekennen van terugwerkende kracht tot 2 maart 1999 een discretionaire bevoegdheid is, waarbij de belangen zorgvuldig zijn afgewogen. De Raad acht het besluit van de gemeente redelijk, mede gelet op het standpunt van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de rechtszekerheid van de betrokkene. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De toeslag van 10% op de bijstandsnorm is terecht niet eerder dan vanaf 2 maart 1999 toegekend.