ECLI:NL:CRVB:2005:AT7265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens privaatrechtelijke grondslag van salarisverhogingsverzoek
Appellante was juriste bij het Centraal Bureau voor de arbeidsvoorziening (Arbvo) en vervulde tijdelijk een functie bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties via een interim-functievervullingsovereenkomst. Na afloop van deze periode werd zij tijdelijk in dienst genomen bij het ministerie.
Appellante verzocht gedaagde om een hogere vergoeding voor haar werkzaamheden over januari en februari 1995, wat zou leiden tot een hoger loon en een hogere wachtgeldgrondslag bij ontslag. Dit verzoek werd afgewezen omdat de vergoeding tussen gedaagde en Arbvo een privaatrechtelijke aangelegenheid betreft.
De Raad oordeelde dat de weigering van gedaagde niet gebaseerd is op een publiekrechtelijke grondslag en daarom geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Hierdoor was het bezwaar van appellante tegen deze weigering niet-ontvankelijk. De rechtbank had dit eerder ook zo geoordeeld en de Raad bevestigt deze uitspraak.
Ten slotte wees de Raad een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd op 2 juni 2005 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslissing geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft.