ECLI:NL:CRVB:2005:AT7269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en aflossingsverplichting bij verzwegen inkomsten in België
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, had de bijstandsuitkering van gedaagde herzien wegens verzwegen inkomsten als zelfstandige in België en de terugvordering in maandelijkse termijnen vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit over de aflossingsverplichting omdat appellant onvoldoende rekening had gehouden met de beslagvrije voet zoals bedoeld in de artikelen 475c en 475d Rv.
Appellant stelde dat artikel 475e Rv, dat de beslagvrije voet niet toepast bij schuldenaren die niet in Nederland wonen, ook geldt bij de aflossingsverplichting zonder beslaglegging. De Raad verwierp dit standpunt en stelde dat de beslagvrije voet wel moet worden gerespecteerd bij de tenuitvoerlegging van terugvorderingsbesluiten volgens artikel 14f, tiende lid, van de Abw.
De Raad vernietigde het besluit van appellant voor zover het de aflossingsverplichting betreft, oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door het gehele besluit te vernietigen, en stelde dat appellant gebonden is aan de wettelijke bepalingen omtrent de beslagvrije voet. Ten slotte veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De aflossingsverplichting is onjuist vastgesteld zonder rekening te houden met de beslagvrije voet en wordt vernietigd.