ECLI:NL:CRVB:2005:AT7322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verboden nevenwerkzaamheden ambtenaar gemeente Delft
Appellant was sinds 1978 in dienst van de gemeente Delft als bouwkundig toezichthouder. Hij werd geschorst vanwege een integriteitsonderzoek dat uitwees dat hij zonder toestemming nevenwerkzaamheden op bouwkundig gebied binnen de gemeente verrichtte, wat hem uitdrukkelijk verboden was.
Op basis van dit onderzoek legde de gemeente hem op 13 juni 2002 ongevraagd ontslag op met ingang van 1 juli 2002. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellant bewust zijn nevenwerkzaamheden verzweeg, ondanks herhaalde waarschuwingen sinds 1983. Deze activiteiten konden de onafhankelijkheid en integriteit van zijn functie ernstig schaden en leidden tot een financiële relatie met potentiële vergunninghouders, wat het aanzien van zijn ambt en de dienst schaadde.
De Raad wijst het verweer af dat andere ambtenaren wel toestemming kregen, omdat die situaties niet vergelijkbaar waren en die ambtenaren wel toestemming hadden gevraagd. Het plichtsverzuim wordt als zeer ernstig gekwalificeerd en het ontslag als proportioneel. Een bevel tot tenuitvoerlegging was niet vereist voor de geldigheid van het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ongevraagd ontslag van appellant wegens verboden nevenwerkzaamheden wordt bevestigd.