ECLI:NL:CRVB:2005:AT7618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Recht op kinderbijslag voor erkende kinderen volgens Turks recht en onderhoudsbijdragen
Appellant vordert kinderbijslag voor vier kinderen, erkend volgens Turks recht. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, weigert dit voor het jongste kind Mustafa omdat erkenning naar Turks recht niet dezelfde voorwaarden kent als Nederlands recht, zoals toestemming van de moeder.
De Raad overweegt dat Mustafa als eigen kind moet worden aangemerkt op grond van het EVRM en het Nederlandse internationaal privaatrecht, mits appellant daadwerkelijk onderhoud levert en de relatie materieel inhoud krijgt. Appellant heeft bewijs geleverd van onderhoudsbijdragen via bankovermakingen aan de verzorgster van de kinderen.
De Raad constateert dat appellant sinds juni 1999 met zijn kinderen één huishouden vormt, waardoor kinderbijslag vanaf dat moment toekomt. Voor eerdere kwartalen is het bewijs van onderhoudsbijdragen onvoldoende, behalve voor het derde en vierde kwartaal van 1997 en het eerste kwartaal van 1999, waarvoor gedaagde het onderhoud erkent.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor die kwartalen en veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het betaalde recht. Voor het overige blijft het besluit in stand.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van materiële invulling van de familierechtelijke relatie en de controleerbaarheid van onderhoudsbijdragen bij het recht op kinderbijslag.
Uitkomst: Appellant krijgt kinderbijslag voor vier kinderen vanaf het derde kwartaal 1997, mits voldaan aan onderhoudsbijdrage, en gedaagde wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.