ECLI:NL:CRVB:2005:AT7629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en oplegging boete wegens niet tijdig melden inkomsten
Betrokkene, voormalig politieagent met psychische klachten, ontving een invaliditeitspensioen dat later werd omgezet in een WAO-uitkering. Hij werkte daarnaast als manager P&O en meldde zijn inkomsten niet tijdig aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan schortte de WAO-uitkering per 1 maart 2000 en besloot tot terugvordering vanaf 1 januari 1996.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan niet bevoegd was terug te vorderen over de periode vóór 1 augustus 1996 en vernietigde het terugvorderingsbesluit. Beide partijen stelden hoger beroep in. De Raad concludeerde dat het bestuursorgaan de WAO-uitkering met terugwerkende kracht mocht intrekken vanaf 1 januari 1996, omdat betrokkene zijn inkomsten niet tijdig had gemeld en het voor hem redelijkerwijs duidelijk was dat hij onterecht uitkering ontving.
Daarnaast bevestigde de Raad de opgelegde boete wegens te late melding van inkomsten, oordeelde dat het bestuursorgaan adequaat onderzoek had gedaan naar de psychische gesteldheid van betrokkene en dat er geen reden was het boetebesluit te verlagen. Het hoger beroep van betrokkene tegen deze boete werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1996 ingetrokken en de boete wegens te late melding van inkomsten wordt bevestigd.