ECLI:NL:CRVB:2005:AT7652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en inkomenssituatie zelfstandig koffiehuisbeheerder
Appellant, een zelfstandig beheerder van een koffiehuis, stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid pas in 1997 was ingetreden. Na een eerdere afwijzing van zijn AAW-uitkering op grond van een arbitrair vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag in 1990, werd deze datum later vastgesteld op 12 mei 1993 door een bezwaarverzekeringsarts van het UWV.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag te behandelen, maar dat toetsing aan het oorspronkelijke besluit beperkt is tot het beoordelen van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De door appellant overgelegde brief van zijn huisarts kon niet overtuigend aantonen dat de arbeidsongeschiktheid pas na 1993 was ingetreden.
Gezien het ontbreken van inkomen uit arbeid in het jaar voorafgaand aan 1993 en het ontbreken van nieuwe feiten die tot herziening konden leiden, oordeelde de Raad dat het UWV in redelijkheid het bestreden besluit kon handhaven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de AAW-uitkering wordt bevestigd.