ECLI:NL:CRVB:2005:AT7669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering AOW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 mei 2000 waarin hem een AOW-uitkering werd geweigerd omdat hij niet verzekerd was geweest. Dit besluit was vertaald in het Frans en via de CNSS aan appellant toegezonden. Appellant stelde dat hij het besluit niet had ontvangen, maar verweerder kon aannemelijk maken dat het besluit tijdig was toegezonden.
Het bezwaarschrift van appellant werd ingediend op 6 maart 2002, maar de Raad concludeerde dat dit niet tijdig was omdat het besluit al in juli 2000 was verzonden en een kopie daarvan in juni 2001. De rechtbank had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Ook werd vastgesteld dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de ontvangstdatum van het besluit door appellant. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de AOW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.