ECLI:NL:CRVB:2005:AT7830
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende motivering seksuele intimidatie
Eiseres, geboren in 1929 op Borneo, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van lichamelijke en psychische klachten die zij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Zij stelde onder meer dat zij op jonge leeftijd door een Japanse officier was aangerand en dat zij met haar gezin moest vluchten naar kamp Gedong Delapan.
Verweerster wees het verzoek af omdat de genoemde gebeurtenissen niet onder de werking van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 vallen. Met name werd geoordeeld dat er geen sprake was van daadwerkelijk seksueel geweld en dat de vlucht niet onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond.
De Raad oordeelt echter dat seksuele intimidatie door tot de bezettende macht behorende personen, ook zonder daadwerkelijk seksueel geweld, als calamiteit moet worden beschouwd. De Raad volgt verweerster niet in haar oordeel dat de aanranding niet als calamiteit kwalificeert. Het besluit wordt daarom vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wordt verweerster veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van eiseres. De Raad acht de motivering van het bestreden besluit onvoldoende en daarmee strijdig met het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.