ECLI:NL:CRVB:2005:AT8033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na belastingteruggave zelfstandige
Appellante ontving tot 5 november 2001 een bijstandsuitkering in aanvulling op haar inkomsten als zelfstandige. Na ontvangst van een voorlopige belastingteruggave over 2001 meldde zij dit aan het College van B&W. Het College besloot vervolgens een bedrag van €651 terug te vorderen, omdat zij te veel bijstand had ontvangen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat de berekening onjuist was en het teruggevorderde bedrag te hoog. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de terugvordering terecht was op grond van artikel 82 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). De belastingteruggave valt onder het begrip inkomen en moet naar rato worden toegerekend aan de periode waarover bijstand is verleend. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van deze systematiek en verwierp het verweer van appellante.
Ook stelde de Raad vast dat geen dringende redenen aanwezig waren om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €651 wegens te veel ontvangen bijstand.