ECLI:NL:CRVB:2005:AT8079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-korting wegens onvoldoende kennis richtlijnen werkgever
Appellant trad in dienst bij een werkgever en verzamelde informatie over mogelijk wanbeleid binnen het bedrijf. Dit leidde tot wrevel met de directeur en discussie over de wijze van registreren van bezoeken aan potentiële franchisenemers. Na een ontslag op staande voet dat door de kantonrechter werd teruggedraaid, werd de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden wegens schending van richtlijnen.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk geheel werd geweigerd wegens verwijtbaar gedrag. Na bezwaar werd de korting verminderd tot 35% wegens verminderde verwijtbaarheid, mede vanwege de rol van appellant als klokkenluider. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant had moeten weten dat zijn handelen tot ontslag kon leiden.
De Centrale Raad oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat appellant voor medio december 2002 op de hoogte was van de richtlijnen, noch dat hij duidelijk is gewaarschuwd. Hierdoor is het ontslag niet voorzienbaar in de zin van de WW. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot korting op de WW-uitkering wordt vernietigd.