ECLI:NL:CRVB:2005:AT8131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens geld uit kassa nemen voor bedrijfsmiddel niet verwijtbaar werkloosheid
Appellant was sinds 1 juni 2003 in dienst als glaszetter bij Poppink Glas Delft B.V. met een tijdelijk contract. Op 10 juni 2003 nam hij zonder toestemming €20 uit de bedrijfskassa om een rolmaat te kopen, waarna hij op staande voet werd ontslagen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde daarop zijn WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat appellant verwijtbaar had gehandeld door zonder overleg geld uit de kas te nemen, ook al was de directeur afwezig. Appellant stelde dat de werkgever een coulante opstelling had ten aanzien van aankopen uit de kas voor het bedrijfsbelang.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant de rolmaat nodig had voor zijn werkzaamheden en dat hij het geld in aanwezigheid van een collega nam en de aankoopbon later in de kassa deed. Gelet op de soepele houding van de werkgever en het feit dat appellant nog kort in dienst was, achtte de Raad de werkloosheid niet in overwegende mate verwijtbaar. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot weigering van WW-uitkering en oordeelt dat de werkloosheid niet in overwegende mate verwijtbaar is.