ECLI:NL:CRVB:2005:AT8174

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5754 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld.

Tijdens de zitting op 7 juni 2005 verscheen opposant, terwijl de geopposeerde partij zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad heeft het aanvullend verzetschrift en de mondelinge toelichting beoordeeld en geen aanleiding gezien om het eerdere oordeel te herzien.

De Raad constateert dat opposant niet tijdig om uitstel van betaling van het griffierecht heeft verzocht en dat de bijzondere bijstand die voor de griffierechtkosten was bedoeld, voor andere kosten is gebruikt. Hierdoor is sprake van verzuim. Op grond hiervan verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/5754 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 15 februari 2005 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 19 oktober 2004, reg.nr. 04/580 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 juni 2005, waar opposant is verschenen. Geopposeerde heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 15 februari 2005 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 17 november 2004 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
In geding is de vraag of het hoger beroep van opposant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
Hetgeen in het aanvullend verzetschrift en ter zitting is aangevoerd bevat geen grond waarop redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest.
Daarbij tekent de Raad aan dat opposant niet binnen de termijn aan de Raad om uitstel van betaling van het griffierecht heeft verzocht en - naar ter zitting is meegedeeld - de bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht in dit geding heeft gebruikt voor een ander doel, namelijk voor advocaatkosten.
Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2005.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) P.E. Broekman.