ECLI:NL:CRVB:2005:AT8206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvragen bijzondere bijstand voor diverse kosten afgewezen wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk waarin zijn aanvragen om bijzondere bijstand werden afgewezen. De aanvragen betroffen kosten voor advocaat en deurwaarder, proceskosten, opslag van inboedel, reiskosten voor een cursus Frans en aanschaf van een wasmachine.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet alleen bijzondere bijstand kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten van het bestaan die niet uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank Zutphen dat de aangevraagde kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden aangemerkt.
Voor de opslagkosten en reiskosten voor de cursus Frans verwijst de Raad naar eerdere uitspraken waarin deze kosten niet als noodzakelijk zijn erkend. Ten aanzien van de wasmachine is geoordeeld dat het toegekende bedrag van € 450,-- toereikend is voor een passende wasmachine en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is.
De Raad ziet geen aanleiding om de besluiten te vernietigen of om gedaagde in de proceskosten te veroordelen. De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De aanvragen om bijzondere bijstand worden afgewezen omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan worden aangemerkt en het toegekende bedrag voor de wasmachine voldoende is.