ECLI:NL:CRVB:2005:AT8225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieheffing volle waarde vakantierechten CAO Railinfrastructuur
In deze zaak staat centraal of de vakantierechten die volgens de CAO Railinfrastructuur aan werknemers worden toegekend, voor de heffing van premies werknemersverzekeringen voor de volle nominale waarde moeten worden meegenomen. Appellante stelde dat op grond van overgangsrecht een lagere waarde van toepassing zou moeten zijn, omdat de CAO Railinfrastructuur een voortzetting zou zijn van de CAO-Bouw.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de CAO Railinfrastructuur geen aansluitend en ongewijzigd voortgezette collectieve arbeidsovereenkomst van de CAO-Bouw is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen schriftelijke, onvoorwaardelijke toezegging van gedaagde was gebleken. Tevens was aangekondigd dat vanaf 21 april 2001 premieheffing over de volle nominale waarde zou plaatsvinden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevat een uitgebreide motivering over de achtergrond van de CAO-RIS, de overgangsregeling en de fiscale behandeling van vakantierechten.
Uitkomst: De premieheffing over de vakantierechten volgens de CAO Railinfrastructuur vindt plaats over de volle nominale waarde.