ECLI:NL:RBZWO:2003:AM2545
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- J.H.M. Hesseling
- W.J.B. Cornelissen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waardering van vakantierechten in relatie tot de CAO-RIS en overgangsregeling
Eiseres, een aannemingsmaatschappij, betwistte het besluit van verweerder dat de waarde van vakantierechten sinds 1 oktober 1997 volledig moet worden meegenomen bij het premieplichtig loon. De kern van het geschil betrof de toepassing van een overgangsregeling die een lagere waardering van 75% toestond voor vakantierechten onder bestaande of voortgezette CAO's per 31 december 1996.
De rechtbank stelde vast dat de CAO-RIS, die in 1997 werd ingevoerd na overname van spoorbouwactiviteiten van de NS, geen voortzetting is van de CAO-Bouw. De CAO-RIS was een nieuwe regeling die specifiek was afgestemd op de spoorbouwsector en niet slechts een aangepaste voortzetting van de oude CAO. Hierdoor was de overgangsregeling niet van toepassing.
Verweerder had het standpunt ingenomen dat de volledige waardering van vakantierechten pas vanaf het rechtjaar 2001/2002 geldt, uit zorgvuldigheidsoverwegingen. De rechtbank vond dit standpunt verdedigbaar en oordeelde dat het besluit van verweerder in overeenstemming was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank wees geen proceskosten toe. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat vakantierechten volledig meetellen in het premieplichtig loon is ongegrond verklaard.