ECLI:NL:CRVB:2005:AT8348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening verblijfsvergunning na eerdere onaantastbare besluiten
Appellant, van Turkse nationaliteit, vroeg voor het eerst in 1995 een verblijfsvergunning aan, die werd afgewezen. Uiteindelijk werd hem in 1999 alsnog een verblijfsvergunning verleend. Daarna verzocht appellant om herziening van drie eerdere besluiten uit 1997 en 1998, welke verzoeken werden afgewezen door gedaagde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening konden rechtvaardigen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door taalproblemen en wisselende verblijfsadressen niet alle relevante gegevens had kunnen aanvoeren en niet tijdig kennis had genomen van de besluiten.
De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd, omdat ze destijds al aan de orde hadden kunnen komen. Tevens werd geoordeeld dat gedaagde zijn onderzoeksplicht niet had geschonden. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.