ECLI:NL:CRVB:2005:AT8385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering ziekengeld en bevoegdheid tot kwijtschelding door UWV
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van ziekengeld wegens overtreding van de mededelingsplicht. Ondanks dat hij sinds 1 juli 1995 zijn AAW-uitkering slechts tot de beslagvrije voet ontving en vijf jaar aflost, weigerde UWV kwijtschelding op grond van het beleid dat betaling via beslaglegging niet als voldoen aan betalingsverplichting geldt.
De Raad stelde vast dat appellant feitelijk volledig aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan, omdat het verschil tussen de AAW-uitkering en de beslagvrije voet werd ingehouden en aan de deurwaarder betaald. De beslaglegging was niet het gevolg van het niet voldoen aan een termijnregeling, waardoor het beleid van UWV niet passend was.
De Raad oordeelde dat UWV had moeten afzien van terugvordering op grond van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid, gezien de bijzondere omstandigheden waaronder UWV destijds geen verrekening toepaste en de onredelijke gevolgen van het vasthouden aan het beleid. De uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd en UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van UWV en bepaalt dat UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij het afziet van verdere terugvordering wegens bijzondere omstandigheden.