ECLI:NL:CRVB:2005:AT8395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- M. Renden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake premiedifferentiatie WAO wegens ontbreken rechtsmiddel werkgever
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep van de werkgever (gedaagde) gegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omtrent de toepassing van artikel 43a van de WAO bij de toekenning van een uitkering aan een werknemer.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de werkgever dit verweer in bezwaar en beroep had moeten aanvoeren tegen het oorspronkelijke besluit tot toekenning van de WAO-uitkering, waartegen geen rechtsmiddel was aangewend. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat een beoordeling van de toepassing van artikel 43a niet kan plaatsvinden in een procedure over de premiedifferentiatie.
De Raad stelde vast dat appellant de wet correct had toegepast en dat er geen beleidsvrijheid bestond bij de uitvoering. De rechtbank mocht de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet toetsen. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond.