ECLI:NL:CRVB:2004:AP1681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde premie WAO en premieplicht werkgever
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor het premiejaar 2000. De werkgever werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) als premieplichtige aangemerkt vanwege een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan een ex-werkneemster die tijdens haar dienstverband arbeidsongeschikt werd.
De werkgever betwistte deze premieplicht en stelde onder meer dat de uitkering onterecht was toegekend en dat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen kon verrichten. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de werkgever gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, omdat het UWV onvoldoende stukken over de uitkering had overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de werkgever terecht als premieplichtige was aangemerkt en dat de rechtbank ten onrechte waarde hechtte aan het ontbreken van bepaalde stukken. De Raad benadrukte dat de werkgever bezwaar had kunnen maken tegen de toekenning van de uitkering zelf en dat dit niet in deze procedure aan de orde kon komen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de werkgever blijft premieplichtig voor de gedifferentieerde premie WAO.