ECLI:NL:CRVB:2005:AT8399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering bij gezamenlijke huishouding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond waarin bijstandsuitkering aan zijn partner werd herzien en de kosten van bijstand mede van appellant werden teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder mededeling daarvan.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onvoldoende feitelijke grondslag aanwezig was voor de conclusie dat appellant in de periode van 1 januari 1996 tot 1 juli 1998 een gezamenlijke huishouding voerde met zijn partner. Voor de periode van 1 juli 1998 tot 30 november 2000 was wel sprake van een gezamenlijke huishouding en was de terugvordering terecht.
De Raad vernietigde het besluit voor het deel van de periode zonder gezamenlijke huishouding en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Besluit tot mede-terugvordering van appellant vernietigd voor periode zonder gezamenlijke huishouding; nieuw besluit vereist.