ECLI:NL:CRVB:2005:AT8515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Betwisting terugbrengen bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering politie
Appellant, werkzaam als docent bij het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP), viel wegens nierkanker per 1 februari 2001 arbeidsongeschikt uit. Na behandeling begon hij medio 2001 met reïntegratie en werd hij op 20 augustus 2001 voor 50% arbeidsgeschikt verklaard. Op 30 augustus 2001 viel hij door psychische klachten weer volledig uit.
Gedaagde besloot op 3 juli 2002 de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering te verminderen tot het verschil tussen 80% van de bezoldiging en de WAO-uitkering, omdat de arbeidsongeschiktheid 18 maanden had geduurd. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd met een verlenging van 10 dagen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Raad oordeelt dat de vermindering terecht was tot 18 maanden, omdat appellant niet aantoonde dat hij meer dan 45% arbeid had hervat in de periode mei-juli 2001. Wel was de vermindering ten onrechte gehandhaafd vanaf 18 september 2002, toen appellant op basis van arbeidstherapie voor 50% begon te werken. De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat gedaagde de korting over de periode 18 september tot 31 december 2002 ongedaan maakt en een nabetaling verricht. Tevens worden proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: De korting op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt over de periode 18 september tot 31 december 2002 ongedaan gemaakt en nabetaling wordt toegekend.