ECLI:NL:CRVB:2005:AT8529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke dienst stadswacht en weigering voortzetting werkloosheidsuitkering
Appellante was tijdelijk stadswacht bij de gemeente Sittard en haar dienstverband eindigde op 1 mei 2000. Zij ontving een uitkering op grond van de gemeentelijke Arbeidsvoorwaardenregeling (AR) voor zes maanden. Na vaststelling van arbeidsongeschiktheid werd een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid toegekend, waarna de werkloosheidsuitkering werd voortgezet tot 1 november 2001.
Appellante verzocht om verlenging van de werkloosheidsuitkering na die datum, omdat haar arbeidsongeschiktheid niet tijdig was gemeld bij het uitvoeringsorgaan van de WAO. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de meldingsplicht en gevolgen van de Ziektewet analoog toegepast moesten worden, wat een voortzetting van de uitkering zou rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat analoge toepassing van artikel 38 van Pro de Ziektewet niet mogelijk is, omdat appellante niet meer in dienst was toen zij ziek werd en de gemeente haar reeds duidelijkheid had verschaft over haar uitkeringsrechten. De gemeente was niet verplicht om na afloop van de uitkeringstermijn een inkomensvoorziening te bieden. Het verzoek tot verlenging werd daarom terecht afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de gemeente niet verplicht is de werkloosheidsuitkering na afloop van de termijn voort te zetten wegens het ontbreken van grond voor analoge toepassing van de Ziektewet.