ECLI:NL:CRVB:2005:AT8550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresgegevens
Appellant ontving sinds 11 september 1998 bijstand als alleenstaande en stond vanaf 27 maart 2000 ingeschreven op een adres te [woonplaats]. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant niet op dat adres woonde, voerde het Team Sociale Recherche Leiden een onderzoek uit met huisbezoeken, observaties en getuigenverhoren.
De gemeente Leiden beëindigde bij besluit van 24 september 2002 het recht op bijstand met ingang van 1 september 2002 en herzag de uitkering over de periode van 28 maart 2000 tot 31 augustus 2002. Appellant maakte bezwaar, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard, maar bij besluit van 6 juli 2004 deels werd toegewezen, waarbij de bijstand over 7 augustus 2001 tot 31 augustus 2002 werd ingetrokken en teruggevorderd.
De Raad oordeelt dat appellant op 1 september 2002 niet woonde op het opgegeven adres, wat voldoende is voor intrekking vanaf die datum. Voor de periode van 7 augustus 2001 tot 1 juni 2002 is onvoldoende bewijs om intrekking te rechtvaardigen. De Raad vernietigt daarom het besluit voor die periode en herroept het eerdere besluit. De terugvordering over 1 juni tot 31 augustus 2002 blijft gehandhaafd. Appellant wordt in de proceskosten van €322,-- tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het recht op bijstand werd terecht ingetrokken vanaf 1 juni 2002, maar niet voor de periode van 7 augustus 2001 tot 1 juni 2002; de terugvordering werd beperkt en proceskosten werden toegewezen.