ECLI:NL:CRVB:2005:AT8721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet in aanmerking nemen alimentatie
Appellante ontving een bijstandsuitkering naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Uit onderzoek bleek dat zij alimentatie ontving die niet was verrekend bij de bijstand. Het college herzag daarom het recht op bijstand over de periode februari tot oktober 2001 en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat het college op grond van de Algemene bijstandswet verplicht was tot herziening en terugvordering, ook al had appellante haar alimentatie-inkomsten zelf opgegeven.
Appellante voerde aan dat zij niet redelijkerwijs kon begrijpen dat zij te veel bijstand ontving en verwees naar een folder van de rijksoverheid. De Raad oordeelt dat dit geen dringende reden vormt om terugvordering te voorkomen. Er is geen sprake van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties die kwijtschelding rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet in aanmerking nemen van alimentatie.