ECLI:NL:CRVB:2005:AT8824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens vergoeding gelijkgesteld aan loon over opzegtermijn
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een WW-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het UWV had vastgesteld dat de vergoeding die appellant ontving gelijkgesteld moest worden aan loon over de wettelijke opzegtermijn van vier maanden, waardoor het recht op WW-uitkering werd ontzegd tot 1 oktober 2003.
De rechtbank Alkmaar had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het UWV op correcte wijze uitvoering heeft gegeven aan de dwingendrechtelijke bepalingen van de Werkloosheidswet (WW), met name artikel 16, derde lid.
Appellant voerde aan dat het onrechtvaardig was dat hem over vier maanden WW-uitkering werd onthouden, maar de Raad oordeelt dat dit geen grond is om af te wijken van de wettelijke regeling. De vergoeding die appellant ontving, is terecht als loon over de opzegtermijn aangemerkt, waardoor het recht op WW-uitkering tijdelijk wordt uitgesloten.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering tot 1 oktober 2003 wegens gelijkstelling van de vergoeding aan loon over de opzegtermijn.