ECLI:NL:CRVB:2005:AT9066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over WW-uitkering bij verhuizing naar buitenland
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd en toegekend gekregen met ingang van 1 januari 2003. Hij meldde vervolgens per brief zijn voorgenomen verhuizing naar België en ontving van het UWV een brief waarin de voorwaarden werden geschetst waaronder hij zijn WW-uitkering maximaal drie maanden mee kon nemen naar het buitenland. Deze brief werd door appellant aangevochten met bezwaar.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief informatief was en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De brief bevatte geen rechtsgevolg zoals het vaststellen van een termijn of het beëindigen van de uitkering, waardoor het bezwaar niet ontvankelijk kon worden verklaard.
De Raad benadrukt dat de vraag of een brief een besluit is, een kwestie van openbare orde betreft die de rechter ambtshalve moet toetsen. Het feit dat het UWV toch een beslissing op bezwaar gaf, doet hieraan niet af. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Hiermee is duidelijk dat informatieve mededelingen over voorwaarden voor het meenemen van een WW-uitkering naar het buitenland niet als besluiten kwalificeren en niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de brief informatief is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.